ONRUST EN RITUEEL: HET WERK VAN NATASJA STRAAT

Het werk van Natasja Straat, hoe verschillend en ongrijpbaar het op het eerste gezicht ook mag lijken, cirkelt uiteindelijk rond eenzelfde thema. Of het nu gaat om tekeningen of schilderijen, om werk dat associaties oproept aan hoofden of maskers, landschappen, abstracte of interplanetaire ruimtes, om kleine formaten of meters grote doeken, steeds dringt zich een gevoel op van onrust en onbehagen. De schilderijen zijn niet volledig abstract, maar geven over het algemeen weinig figuratieve aanknopingspunten. Voor zover er figuratieve elementen aanwezig zijn, blijven ze meestal raadselachtig, behalve in die gevallen waar symbolische objecten een rol spelen, zoals een kruis, een bijl of een masker. Scherpe lijnen en contouren komen weinig voor, vormen worden bepaald door kleur. Hoewel het contrast tussen licht en donker een belangrijke rol speelt, zijn het donkere kleuren die overheersen, veel schakeringen zwart, zwaar rood, violet. De materialiteit van het werk wordt benadrukt door dik opgebrachte verf, op het doek geplakte afbeeldingen en materie, of door in het doek aangebrachte gaten. Door kleur en materie wordt ruimte gesuggereerd, in de meeste gevallen onbepaalde en eindeloze ruimtes.

Van het werk van Natasja Straat gaat iets onheilspellends uit, iets dreigends zelfs. Niet doordat er herkenbare angstaanjagende gebeurtenissen of situaties worden afgebeeld, maar door de sfeer die het werk oproept. Het gevaar of de angst is niet gebonden aan iets bepaalds, aan iets dat precies te duiden of te benoemen is. Het is juist het onbepaalde, het ongrijpbare, het mysterieuze dat door het werk wordt geëvoceerd, dat een onrustig gevoel losmaakt. En omdat het niet gaat om angst voor iets specifieks, gaat het om de angst als zodanig, om de diffuse angst voor alles en niets. Het werk refereert aan een fundamentele onrust die verbonden is met het menselijk bestaan als zodanig.

Het werk van Natasja Straat heeft sterke thematische overeenkomsten met de romantische traditie waarin onbenoembare, duistere en religieuze elementen een belangrijke rol spelen. In deze traditie ervaart de mens zichzelf als een beperkt en gebrekkig wezen dat geconfronteerd wordt met een werkelijkheid die hem per definitie overstijgt en ontsnapt. De ordeloze en onvatbare werkelijkheid verschijnt als onrustbarend en bedreigend. Het zijn onder meer deze gevoelens die ook door haar werk worden opgeroepen. Vreemdheid, leegte en duisternis zijn de associaties die zich opdringen. De toeschouwer wordt deelgenoot gemaakt van een kijk op de wereld die verwart en soms zelfs schrik aanjaagt. Tegelijk echter wordt deze verwarrende ervaring van de werkelijkheid teweeg gebracht door een confrontatie met kunstwerken, dat wil zeggen, door een verbeelding van deze bedreigende ervaring. Precies in deze verbeelding schuilt het verlangen greep te krijgen op de beleving van betekenisloosheid en leegte, en drukt het werk ook de hoop uit dat dit mogelijk zou kunnen zijn, al was het maar door de niet aflatende pogingen dit tot stand te brengen. Natasja Straat geeft vorm aan een fundamenteel verontrustende ervaring en voltrekt daarmee een ritueel tegen beter weten in. Ze probeert met haar werk greep te krijgen op het ongrijpbare en onvatbare, tracht orde, betekenis en troost te scheppen, wetende dat al deze pogingen uiteindelijk ijdel zullen blijken. Hierin ligt het wezenlijk romantische karakter van haar werk. De werkelijkheid blijft in laatste instantie een raadsel.

Bert Taken
Filosoof / docent kunstheorie Gerrit Rietveld Academie

-------------------------------------------------------------------------------

Natasja Straat's drawings and paintings are etched in my mind like scars that trace trajectories inside my body all the way to the surface of my skin, to the pores at the top of my fingers, to the depths of my soul. They are like incantations, rituals that at first grip me by the throat and then take possession of me like spells that gradually sink in and fill every crevice of my being.

She works on fragile paper making it even more vulnerable by inflicting wounds on it through the process of intense reworking. Scorching and fracturing the paper using different materials ranging from pencil and ink to crayon and paint, these are acts of exorcism and purification, as if she wants to dismantle and dissect her own interior, break through the barrier of her own skin to find essence

Through this (ritual and working process) Natasja Straat not only interrogates her own existence, but also exposes the human condition to its bare essentials, where horror and beauty coexist. Beneath the tormented and intoxicated surface there are consolation and reconciliation, because these works are suffused with an ethereal beauty and poetry that manifests itself through sublime colours and delicate drawing lines.

Christiaan Bastiaans